Aan de slag met het vergroenen van je tuin

Vergroenen is hét werkwoord dat vaak in één adem wordt genoemd met ‘hart voor het milieu’ en ‘verduurzamen’. Onze tuinen moeten groener zodat we daarmee een betere bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit. Er was een tijd dat we onze tuinen het liefst helemaal dicht legden met tegels of stenen. Lekker makkelijk en weinig onderhoud. Voor een beetje groen in de tuin zetten we hooguit een paar plantenbakken neer waar ieder voorjaar eenjarige plantjes in werden gezet totdat die in september de strijd opgaven. Maar de tijden zijn veranderd. Onze tuin moet de plek zijn waar insecten en egels kunnen overwinteren, waar vogels extra voer kunnen vinden als het vriest en sneeuwt. En daar komt nog bij dat we ervoor moeten zorgen dat regen gemakkelijk kan worden afgevoerd.

De terugkeer van de regenton

Vroeger had vrijwel iedereen een regenton in de tuin. Daarin werd het regenwater opgevangen dat van het dak van het huis of van de schuur kwam. Met het regenwater werden de planten in de tuin besproeid. Tegenwoordig zien we die regenton steeds vaker zijn rentree maken. Want steeds meer mensen komen erachter dat hun tuin regelmatig blank staat nu hij helemaal is dichtgelegd met tegels. Het opgevangen regenwater kan worden gebruikt om het grasveld te besproeien of planten water te geven als het in de zomer langdurig droog is. Door het veranderende klimaat hebben we in Nederland soms te maken met zeer warme en droge periodes in de zomer. Als je dan je planten niet helpt met extra water dan zullen ze dit weer niet overleven.

Tegels eruit, grond erin

Maar met alleen een regenton ben je er natuurlijk nog niet. Als je de natuur echt wilt helpen dan haal je een groot deel van de tegels uit je tuin en tovert de ruimte om tot echte tuin. Als je er niet al te veel werk aan wilt hebben dan kun je kiezen voor vaste planten die zichzelf grotendeels kunnen redden. Zet ze in de losse grond zodat ze ook in de winter als het vriest buiten kunnen blijven. In je bloemperken kun je ook bollen planten zodat je vanaf het vroege voorjaar van de bloemen van tulpen, narcissen, hyacinten en krokussen kunt genieten. Als deze zijn uitgebloeid dan haal je de bollen uit de grond en zet er eenjarige plantjes in. Doe dit niet te vroeg, want deze planten zijn niet bestand tegen vorst. Vaak kan het ook in april soms nog vriezen. Wacht dus bij voorkeur tot het mei is, de kans op vorst is dan vrijwel uitgesloten.

Help de dieren in de winter

Ook al vriest het misschien niet meer dat het kraakt in Nederland, het kan nog wel flink koud worden. En een paar graden vorst is genoeg om ervoor te zorgen dat vogels en andere dieren geen voedsel meer kunnen vinden. Je kunt egeltjes in je tuin helpen door ze een beschutte plek te geven, bijvoorbeeld door niet al het afgevallen blad van de boom in je tuin te verwijderen. Egels zijn dol op kattenbrokjes. Koop een zak brokjes, gooi ze in een voerton en zet dagelijks een schoteltje neer zodat egels ’s nachts kunnen eten. Je kunt de vogels helpen met speciaal vogelzaad dat in dierenwinkels en warenhuizen te koop is. Strooi het op een veilige plek waar ze rustig kunnen eten zonder te worden belaagd door loslopende buurtkatten. Zorg als het vriest ook voor vers water dat je dagelijks vervangt. De dieren zullen je er zeer dankbaar voor zijn.

Dit vind je misschien ook leuk…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *